Geschiedenis van De Pastorie
Als gepensioneerde missionaries wijdde pastor DS Botha zich volledig aan het vestigen van een zendingskerk. Onder zijn leiding besloot de Nederduits Gereformeerde gemeente van Swellendam op 4 Juli 1898 een commissie te benoemen die een betere huisvesting in een apart gebouw moest onderzoeken van de kleurlingen die tot de gemeente behoorden.Deze commissie bestond uit Pastoor Botha, Pastoor Rossouw en de broeders Dooge en Matthews.
Op 30 Juli accepteerde de raad van de moederkerk de aanbevelingen van de commissie om te proberen de kleurling gemeenteleden in een aparte gemeente te organiseren zodat hun belangen beter behartigd konden worden en onplezierigheden tussen de blanken en kleurlingen in hetzelfde gebouw vermeden konden worden.
De Boerenoorlog vertraagde de doorvoering van deze aanbevelingen. Hierdoor besloot de Nederduits Gereformeerde kerk pas op 2 augustus 1902 tot 2 aparte gemeenten over te gaan.
Onder leiding van pastoor Botha (die op dat moment voorzitter was van de binnenlandse zendingscommissie van de Nederduits Gereformeerde kerk in De Kaap) en van de gemeenteraad van Swellendam werd de Nederduits Gereformeerde Zendingsgemeente van Swellendam opgericht op 14 september 1902. Pastoor Du Toit zou de gemeente met grote passie en success in de volgende 36 jaar dienen en laten uitgroeien.
Het kerkgebouw werd voltooid in 1904.
Het pastoorshuis (De Oude Pastorie) werd voltooid in 1907 voor 915 Engelse Pond.
|